Samenvatting Artikel krachtwijken

Achtergronden bij de aanpak van de ‘krachtwijken’

Harry Broekman (in detailshb)

Uit ‘Sociale interventie’

Korte synthese

In de inleiding ‘Krachtwijken kunnen aan de slag’ schrijft men dat de regering veertig wijken wil verbeteren.
Het zijn wijken die slecht scoren op kenmerken als:
- hoogte huishoudinkomen
- het deel werkenden in de wijkbevolking
- woningen met een lage kwaliteit

Minister Vogelaar voor Wonen, Wijken en Integratie stelt daarvoor 300 miljoen euro extra beschikbaar. Het rijk wil de gemeenten bijstaan in de uitvoering van hun plannen en wil dit ook jaarlijks evalueren.
en bij de aanpak van de ‘krachtwijken’


Dit artikel is het eerste in een reeks. Het belicht de geschiedenis van de wijkaanpak in Nederland na de Tweede Wereldoorlog.
Na de inleiding volgt dus een deel ‘Geschiedenis’.
Er zijn 3 golven van verhevigde aandacht voor de wijk geweest.

  • De eerste periode: 1945-1960: de wijk als conserverend concept

- Het gezin is de hoeksteen van de samenleving. Er heerst woningnood. Er worden wijken gebouwd. De wijk wordt door de makers gezien als een plaats die gelukkige mensen, harmonieuze en parochiale gemeenschappen voortbrengt. De bewoners bewegen zich echter veel breder dan hun wijk. Tegen het einde van deze periode worden ze onafhankelijker en kritischer.

  • De tweede periode: 1965-1980: de wijk als strijdtoneel voor nieuwe vormen en verhoudingen

- In deze periode worden inspraak en medezeggenschap opgeëist, ‘pressure groups’ komen op. De wijk wordt gezien als een kans, een kans om beter samen te werken. Welzijnswerk wordt gezien als een middel tot meer democratie en grotere sociale gelijkheid. Buurt en wijk worden gebruikt voor alfabetisering, emancipatiecursussen en opvang van werklozen. Bouwen voor de buurt wordt het leidmotief.

  • De derde periode: 1990-heden: de wijk als werkplaats voor samenlevingsopbouw

- Deze periode wordt gekenmerkt door een toenemende nadruk op veiligheid. Het samenleven tussen autochtonen en allochtonen wordt meer en meer als een vraagstuk ervaren.
- Aandacht gaat vooral naar stedelijke vernieuwing, eerder dan buurtopbouw. Er wordt veel contact gelegd met de bewoners. Interactief beleid maken bepaalt het beeld. De wijkaanpak wordt hierdoor niet eenvoudiger.

Afsluitend

Miljarden werden er sinds de Tweede Wereldoorlog in de wijken gepompt, maar nog altijd moet de subsidiekraan wijd open blijven. De vraag wordt gesteld: “Wat is er aan beleid nodig opdat de gebrekkige opererende wijkaanpak beter zou lopen.


In een daarop volgend deel ‘Succes- en vooral faalfactoren’ vraagt men zich af wat er van de wijkaanpak mag verwacht worden. In de realiteit zien we dat het vaak anders is…

  • Contraproductief beleid wordt vermeden

- Er zijn teveel snel in elkaar geflanste projecten
- Contraproductieve effecten zoals bijv. het toenemen van segregatie bij het pogen tot integratie zouden niet mogen optreden.

  • Hogere treden van de participatieladder worden opengesteld, paternalisme neemt af, zelforganisatie neemt toe.

- De wijkaanpak is vooral een top-down aangelegenheid. Gemeenten willen de touwtjes in handen houden.
- De wijkaanpak is paternalistisch.
- Het stimuleren van zelforganisatie van bewoners vormt een uitzondering.

  • Praktische vormen van samenwerking tussen middenklasse en lagere sociale klasse nemen toe: het perspectief van gemengd wonen wordt in en sociaal programma gezet.

- De ondersteuning van individuen uit de middenklasse naar individuen in lagere sociale klasse heeft zin mits goed opgezet en gestructureerd.

  • Wijken moeten beter worden én de mensen moeten er beter van worden, beide zaken, niet het één of het ander.

- Het is opvallend dat zoiets niet gewoon is. Actoren willen lang niet altijd wijk en bewoners vooruitbrengen. Soms wil men de bijv. de bebouwing aanpakken, een andere keer richt men zich vooral op het individu.

  • De filosofie van de maakbare samenleving, daarvan wordt afgestapt.

- Een opvallende beweging in het huidige denken over de wijkaanpak is de merkwaardige comeback van het idee van en maakbare samenleving, dit keer in de wijk

Afsluitend
In de tweede golf,’ bouwen voor de buurt’, was er een korte uitzonderlijk vruchtbare periode voor de wijkaanpak, de stadsvernieuwing en het opbouwwerk als werksoort.
We moeten af van een teveel aan projecten. Er moet weer een vertrouwensband met de bewoners worden opgebouwd en mensen moeten ervaren dat wat er gebeurd in hun belang is.


Bibliografie
Broekman. (2008). Achtergronden bij de aanpak van de 'krachtwijken'. Sociale Interventie .

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License